Inleiding

 

Dit moderne Judasevangelie bestaat uit een paar honderd korte en langere uitspraken van een Christus zoals wij hem nog niet eerder hebben leren kennen. De geest die uit dit originele werk spreekt is niet alleen diepzinnig, komisch en verheven, maar evenzo vulgair, absurd en demonisch. En daar is over nagedacht. Het evangelie moet immers ook zondaars aanspreken. Zij zijn het die moeten worden gered, niet de vromen. Door het hogere en lagere dusdanig te combineren, ontstaan controversiële uitspraken, die ons zondaars blijven prikkelen, want niets menselijks is ons vreemd.
   Er is echter nog een ander doel gediend met deze tweedeling. De mens kan slechts tot innerlijke rust komen, zodra hij de tegenstrijdigheden die in zijn gemoed leven, weet te overstijgen. De beste opzet daartoe is niet ze te ontkennen, maar ze tegen elkaar uit te spelen en wel op zo’n manier dat ze ten opzichte van elkaar wegvallen. Zie daar wat dit evangelie beoogt met een zogeheten synthese. Helaas moet die synthese voor een niet onbelangrijk deel in het actieve hoofd van de lezer plaatsvinden, maar als hij hierin succes heeft, zal hij zijn tegenstrijdigheden met des te meer plezier overstijgen, en zich als een geheel mens voelen bevrijd. Iets, dat niet vaak gebeurt bij het lezen van de ons bekende, tamelijk eenzijdige, bijbelse evangeliën, waarin een Christus ten tonele wordt gevoerd die niet bepaald uitnodigt tot algemene herkenning.